Ik was een jaar of twintig toen iemand voor het eerst echt iets zei over mijn dominantie. Het was een goede vriend van mijn toenmalige partner. Hij vond dat ik mijn partner behandelde als een slaaf.
Ik weet nog dat die opmerking me raakte. Niet omdat ik mezelf daarin herkende, maar juist omdat ik werkelijk geen idee had waar hij het over had. Voor mijn gevoel deed ik gewoon wat bij mij paste. Wat goed voelde. We hadden op dat moment al zo’n drie jaar een prima relatie (nooit ruzie of conflict) en ik had mijn partner nooit horen klagen over de manier waarop wij met elkaar omgingen. Maar blijkbaar deed ik toch iets niet goed.
Dat idee nestelde zich in mijn hoofd. Kennelijk was ik te dominant en was dat iets heel slechts. Kennelijk moest ik daar iets aan veranderen. En dus ging ik mijn best doen.
Hoe hoor je eigenlijk vrouw te zijn?
Ik probeerde me aan te passen aan wat maatschappelijk gezien blijkbaar beter bij mij hoorde. Minder bepalend zijn, niet automatisch het voortouw nemen en meer rekening houden met hoe mijn gedrag op anderen overkwam. Het lastige was alleen dat ik daarmee voortdurend bezig was gedrag te corrigeren dat eigenlijk voor mij volkomen natuurlijk voelde.
Op mijn drieëntwintigste waren we inmiddels drie maanden getrouwd en liep ik volledig vast. Ik kon mijn ei nergens meer kwijt en wist niet eens meer wie ik zelf was. Ik wist alleen dat ik niet gelukkig was en dat ik op onderzoek moest. Dus ging ik scheiden. Niet omdat ik zo’n akelige echtgenoot had, integendeel, maar omdat ik mijzelf kwijt was geraakt.
Ik had overigens ook geen idee wat ik dan wél wilde. Integendeel. Ik had werkelijk geen flauw idee waarnaar ik op zoek was. Ik kon het geen naam geven, laat staan dat ik wist waar ik het moest vinden. Internet bestond nog niet in z’n huidige vorm.
Er zat alleen ergens diep vanbinnen een overtuiging dat er meer moest bestaan. Ik noemde het voor mezelf een soort “overtreffende trap van liefde”. Een verbinding die verder ging dan wat ik tot dan toe had ervaren. Iets waarin ik helemaal mezelf zou mogen zijn. Dat zocht ik.
Dominant. Daar was dat woord weer
Ik dwarrelde van de ene relatie naar de andere en steeds dacht ik misschien te vinden wat ik zocht. En steeds vond ik het uiteindelijk niet. Mijn dominantie was ondertussen behoorlijk hardnekkig. Hoe harder ik probeerde haar achter me te laten, hoe vaker ze ergens anders weer opdook.
In relaties kreeg ik opnieuw te horen dat ik dominant was. Wanneer er voor mijn werk een workshop gedaan moest worden en iemand uit de groep het woord of de leiding moest nemen, werd ik altijd unaniem aangewezen. “Doe jij dat maar.” “Neem jij maar het woord.” “Jij kunt dit wel leiden.”
Op mijn werk kreeg ik leidinggevende functies in mijn schoot geworpen, terwijl ik daar helemaal niet bewust op uit was. Mensen volgden me blijkbaar gemakkelijk. Ze verwachtten van mij dat ik beslissingen nam, verantwoordelijkheid pakte of richting gaf. En zelf bleef ik maar denken dat ik van die dominantie af moest. Ik zag het als een heel slechte eigenschap. Iets wat ik moest leren beteugelen. Misschien zelfs iets waarvoor ik me een beetje moest schamen.
Achteraf is het bijna komisch. Hoe harder ik ervan probeerde weg te rennen, hoe harder het leven mij ermee om de oren sloeg. Alsof het bleef zeggen: kijk dan. Dit ben jij.
En toen kwam BDSM
Totdat ik ergens kennismaakte met de term BDSM en erover begon te lezen. Ik weet nog hoe overweldigend die herkenning was. Er vielen niet een paar kwartjes. Er kieperde een complete geldautomaat om.
Dingen die ik mijn hele volwassen leven niet had kunnen plaatsen, kregen ineens woorden. Gevoelens waarvan ik had gedacht dat ze niet hoorden, bleken door andere mensen te worden herkend. Mijn natuurlijke manier om te leiden, de vanzelfsprekendheid van richting geven en die ongrijpbare overtreffende trap van liefde, waarnaar ik al die jaren had gezocht: ineens kon ik er iets mee.
De herkenning en erkenning raasden als een wild vuur door mijn lichaam. Voor het eerst hoefde ik mijn dominantie niet weg te drukken of maatschappelijk verantwoord te verpakken. Ik wilde ontdekken wat van mij was en wat er kon ontstaan wanneer ik juist bewust koos voor datgene wat ik al die jaren had geprobeerd af te leren. Mijn dominantie maakte mij niet minder liefdevol. Integendeel. Het is een bron waaruit ik juist veel liefde kan delen.
Ik kwam thuis
Natuurlijk was ik met het ontdekken van BDSM niet ineens ‘af’. Misschien begon daar het echte onderzoek pas. Want jezelf toestaan iets te zijn wat je jarenlang als een slechte eigenschap hebt beschouwd, betekent nog niet dat alle oude overtuigingen onmiddellijk verdwijnen.
Maar ik hoefde mezelf niet langer in een vorm te persen die anderen beter vonden. Mijn dominantie had mij al die jaren achtervolgd. In mijn relaties, in mijn werk, in groepen, in de rollen die anderen mij bijna automatisch gaven. Overal was ze opgedoken.
Tenminste, zo heb ik het heel lang gezien. Inmiddels denk ik dat het andersom was. Mijn dominantie achtervolgde mij helemaal niet. Ik rende weg van haar. En toen ik eindelijk stopte met rennen, ontdekte ik dat ze al die tijd gewoon op mij had staan wachten.
Ik mocht zijn, volledig. Inclusief mijn dominantie. Na al die jaren, kwam ik thuis. Bij mezelf.
Meer info
Mijn BDSM zit niet in hard, harder, hardst
Welke sub (m/v) past bij mij?
© Fotografie: Art of Pictures










